Op 13 juni 2014 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen inzake de BTW-vrijstelling van zzp’ers in de zorg. Er blijkt wel wat moeite te bestaan met de interpretatie van deze uitspraken. Soms wordt bijvoorbeeld aangegeven dat uit de uitspraken blijkt dat iedereen onder gezegd is vrijgesteld van het betalen van BTW. Vandaar even meer duidelijkheid: wat zegt de Hoge Raad nu eigenlijk in de uitspraken?
Uitspraak Hoge Raad
De uitspraken die hier van belang zijn, zijn 12/02960 en 13/05580. De Hoge Raad legt in overweging 3.4.4 en 3.4.5 van 12/02960 uit dat omstandigheden zoals het feit dat de eindverantwoordelijkheid voor de medische behandeling berust bij de chirurg dan wel de anesthesioloog, of het feit dat de operatieassistent/ anasthesie-verpleegkundige onder leiding staan van voornoemde specialisten, niet van belang zijn in het kader van het beoordelen van prestaties met het oog op de toepassing van de vrijstelling. De Hoge Raad komt tot deze conclusie, aangezien in deze kwestie, de specifiek uit te voeren werkzaamheden, naar hun aard een wezenlijk, inherent en onafscheidbaar deel uitmaken van aan patiënten geboden medische verzorging. Deze werkzaamheden of diensten moeten vervolgens, aldus de Hoge Raad, moeten aangemerkt als ‘medische verzorging’ in de zin van BTW-richtlijn 2006.
Zorg ondernemer
In overweging 3.4 van 13/05580 hecht de Hoge Raad allereerst waarde aan het feit dat de werkzaamheden worden verricht als zelfstandig ondernemer, waardoor ervan uit moet worden gegaan dat tussen de ziekenhuizen en de zelfstandige geen arbeidsovereenkomst bestaat. Ook in deze uitspraak komt de Hoge Raad tot de conclusie dat omstandigheden zoals het feit dat de zelfstandige gehouden is instructies van de ziekenhuizen of anesthesiologen op te volgen en dat hij niet aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit het verrichten van werkzaamheden, niet inhouden dat geen sprake kan zijn van diensten in de zin van de Wet. Van belang hierbij is dat de zelfstandige een beroep uitoefent, waarvoor regels zijn gesteld in de Wet BIG.
Geen automatische vrijstelling van de BTW-verplichting
De uitspraken houden dus níet in dat werknemers die onder gezag staan, automatisch zijn vrijgesteld van de BTW-verplichting. Er moet worden gekeken naar de “feitelijk verrichte werkzaamheden”, bijvoorbeeld het feit of de zelfstandige vanuit de beroepsgroep zich dient te houden aan bepaalde regelgeving en dus al onder een bepaalde vorm van toezicht staat.
Een blog van Sonja da Graça op ikwordzzper.nl
ZZP-er?
Ik help je met:
- Opzetten van je administratie
- Boekhouding
- Jaarstukken
- Tips
- Omzetbelasting
- Inkomstenbelasting
- Aftrekposten
- Financieel en fiscaal advies
Ondernemer?
Ik help je met:
- Administratie en boekhouding
- Jaarstukken
- Tussentijdse cijfers
- Inkomstenbelasting
- Vennootschapsbelasting
- Omzetbelasting
- Tips
- Financieel en fiscaal advies
Particulier?
Ik help je met:
- Opstellen van je aangifte inkomstenbelasting
- Aanvragen van toeslagen
- Aftrekposten
- Tips
- Uitstel
- Controleren van belastingaanslagen
- Bezwaarschriften
- Fiscaal advies